De blauwdrukken: de ondernemingsraad 2/9

In dit tweede deel van de serie over reorganiseren zullen we stilstaan bij de rol van de Ondernemingsraad tijdens de adviesfase van de reorganisatie. Op grond van artikel 25 WOR heeft de ondernemer een adviesplicht bij het besluit van bestuurders tot reorganisatie en zal dus de OR om advies moeten vragen.

De adviesaanvraag bij de OR

Wanneer er een voorgenomen besluit tot reorganisatie ligt zal op grond van artikel 25 WOR een adviesaanvraag moeten worden gedaan bij de OR. De OR zal hierop moeten worden voorbereid. Tijdens een reguliere overlegvergadering zal een aankondiging van het reorganisatiebesluit moeten worden gedaan. Het moet voor de OR duidelijk zijn dat er een adviesaanvraag aan komt.

Er zullen met de OR duidelijke afspraken moeten worden gemaakt over het overleg en de rol van de OR bij het besluit. Daarnaast is de formulering van het voorgenomen besluit ook hier weer van belang. Hoe concreter het besluit is opgesteld, hoe concreter de OR zich erover uit kan laten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het overleggen van een Sociaal Plan aan de OR, om de gevolgen van de werknemers in kaart te brengen. Dit kan ervoor zorgen dat het advies positiever uitpakt en mogelijk ook sneller tot stand komt. Voor deze totstandkoming van het advies zijn geen vaste termijnen. Gerekend kan worden op enkele weken of zelfs enkele maanden. Tijdens deze periode kan het zeer nuttig zijn om geheimhouding omtrent het voorgenomen besluit van de OR te vragen. Dit zorgt ervoor dat er geen onnodige reactie vanuit het personeel komt voordat het besluit daadwerkelijk officieel gemaakt is.

Uiteindelijk brengt, na minstens twee overlegvergaderingen, de OR een advies uit. Wanneer dit advies niet gevolgd wordt, zal dat besluit met goede redenen omkleed dienen te worden. Ook mag er nog geen uitoefening van het besluit plaatsvinden totdat tenminste één maand is verstreken. Dit is namelijk de beroepsperiode voor de OR bij de Ondernemingskamer.

Het beroepsrecht van de OR

Volgens artikel 26 WOR heeft de OR een beroepsrecht. De situaties voor een dergelijk beroep zijn het scenario waarin het besluit dat wordt genomen niet overeenkomt met het advies, en het scenario waarin het besluit wel overeenkomt met het advies, maar de feiten en omstandigheden dusdanig zijn veranderd dat het advies achterhaald is.

Zoals al eerder genoemd, bedraagt de beroepstermijn één maand en vindt deze plaats bij de Ondernemingskamer. Indien het besluit niet gemeld is bij de OR, gaat deze termijn lopen vanaf het moment dat de OR bekend had kunnen zijn met het besluit. Dat is in de praktijk vaak het moment waarop de ondernemer het besluit daadwerkelijk feitelijk gaat uitoefenen.

Wanneer de ondernemer toezeggingen aan de OR niet is nagekomen, leidt dit vaak tot toewijzing van het beroep. Ook wanneer normaliter een ondernemer niet in redelijkheid tot een dergelijk besluit had kunnen komen, leidt dat tot een geslaagd beroep.

Maar wat zijn nou de gevolgen van een dergelijk gegrond beroep? In dat geval kan de Ondernemingskamer het besluit geheel of gedeeltelijk terugdraaien, of de ondernemer verbieden bepaalde handelingen in het kader van het besluit uit te voeren.

In het volgende deel van de serie zal ingegaan worden op het sociaal plan.

Stel vrijblijvend uw vraag! Een telefoontje kost niets.

Dit was slechts een deel van wat wij u kunnen vertellen. Meer weten?
Wij antwoorden graag, neem vrijblijvend contact op!

Blog reactie

"*" geeft vereiste velden aan

Volledige naam*

Chat openen
1
Vragen? Stel ze nu, wij beantwoorden ze graag!