Wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Vifo): gevolgen voor de overnamepraktijk

Met de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (hierna: Wet Vifo) wordt er beoogd een veiligheidstoets te bieden voor risico’s voor de nationale veiligheid die kunnen ontstaan door activiteiten zoals investeringen, fusies en overnames. Dit soort activiteiten worden ook wel verwervingsactiviteiten genoemd. Het wetsvoorstel is afgelopen mei afgedaan als hamerstuk door de Eerste Kamer en zal waarschijnlijk begin 2023 in werking treden.

Doelondernemingen

De Wet Vifo is van toepassing op doelondernemingen die kwalificeren als ‘vitale aanbieders’ en op doelondernemingen die beschikken over ‘sensitieve technologie’.

Volgens de Wet Vifo is een vitale aanbieder een aanbieder werkend met vitale processen. Wanneer een vitaal proces gestaakt zou worden, zou er een ‘ernstige ontwrichting van de maatschappij’ ontstaan. De aanbieder is dus van groots belang voor de Nederlandse samenleving. In de Wet Vifo worden een aantal voorbeelden genoemd van vitale aanbieders, echter is deze lijst niet-limitatief. Enkele voorbeelden zijn energiemaatschappijen, luchtvaartmaatschappijen of bedrijven werkzaam in de infrastructuur.

Bedrijven werkend met sensitieve technologie bezitten gevoelige informatie die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid. Denk hierbij aan dual-use-goederen (goederen met zowel een militaire- als een civiele functie) of de productie van wapens. Een investering in een bedrijf werkend met sensitieve technologie kan er toe leiden dat een niet-bevoegd persoon toegang krijgt tot gevoelige informatie die, wanneer deze wordt misbruikt, een risico vormt voor de nationale veiligheid. Hiervoor wordt dus deze veiligheidstoets ingevoerd.

Wat houdt de veiligheidstoets in?

Na inwerkingtreding van de Wet Vifo is het vóór het verrichten van een verwervingsactiviteit van of in een doelonderneming, die kwalificeert als een vitale aanbieder of een onderneming die beschikt over sensitieve technologie, verplicht de minister van Economische Zaken (hierna: de minister) hierover in te lichten. Er ontstaat dus een meldplicht. Deze plicht rust zowel op de doelonderneming als op de verwerver. Het Bureau Toetsing Investeringen (hierna: ‘BTI’) zal namens de minister een risicoanalyse opstellen naar aanleiding van de inlichting en heeft twee maanden de tijd om de melding te beoordelen. Deze periode kan verlengd worden met maximaal 6 maanden. Het is uiteindelijk aan de minister om binnen de gegeven wettelijke termijn aan de hand van de risicoanalyse te beoordelen of een toetsingsbesluit vereist is. Indien er geen nadere investeringstoets of toetsingsbesluit vereist is, mag de verwervingsactiviteit daadwerkelijk plaatsvinden en is er dus geen veiligheidsrisico.

Terugwerkende kracht

Belangrijk om in de gaten te houden is dat de Wet Vifo met terugwerkende kracht in werking treedt. Er is hiervoor een peildatum gesteld, namelijk 1 september 2021. Verwervingsactiviteiten die ná de peildatum zijn verricht, maar vóór inwerkingtreding van de Wet Vifo, kunnen op verzoek van het BTI alsnog aan een dwingend verzoek tot melding onderworpen worden, wanneer er een redelijke grond van risico voor nationale veiligheid zou zijn bij het verrichten van de verwervingsactiviteit.

Wat zijn de consequenties bij het niet voldoen aan meldplicht?

Indien er een verwervingsactiviteit heeft plaatsgevonden zonder dat het BTI hierover is ingelicht en er dus niet voldaan is aan de meldplicht, vereist de Wet Vifo dat het BTI zelf een risicoanalyse voor de nationale veiligheid maakt en aan de meldingsplichtige schriftelijk meedeelt dat er wel of geen toetsingsbesluit benodigd is. Ook kan het BTI ambtshalve een toetsingsbesluit nemen. Wanneer de minister negatief oordeelt over een verwervingsactiviteit naar aanleiding van de risicoanalyse en de verwervingsactiviteit alsnog plaatsvindt, kan de verwervingsactiviteit worden verboden. Bovendien kan de minister een reeds uitgevoerde verwervingsactiviteit die in strijd is met de wet Vifo nietig verklaren. Aanvullend hierop kan de minister een boete opleggen wanneer de verwervingsactiviteit niet voldoet aan voorschriften die worden gesteld in het toetsingsbesluit. Ook kan de Minister een bestuurlijke sanctie opleggen indien de onderneming verzuimt een verwervingsactiviteit ongedaan te maken. In de wet Vifo is vastgelegd dat een boete ten hoogste 10% van de omzet van de overtreder kan bedragen.

Conclusie

De Wet Vifo zal maar van toepassing zijn op een relatief kleine groep ondernemingen. Echter heeft de wet wel grote consequenties indien deze van toepassing is op een beoogde overname. Het is daarom van groot belang om nu al juridisch advies in te winnen bij een beoogde overname of verkoop en ook de communicatie vanuit het BTI in de gaten te houden. Nu het wetsvoorstel al is aangenomen, is het afwachten op de definitieve inwerkingtreding van deze wet. De definitieve inwerkingtreding is nog afhankelijk van het Besluit sensitieve technologie en het Besluit-technische regels. Toch is waakzaamheid bij lopende verwervingsactiviteiten geboden.

Wij staan altijd voor u klaar met inhoudelijke vragen over de Wet Vifo! Voor overige vragen zijn onze specialisten van ons ondernemingsrecht team ook altijd bereikbaar.

Stel vrijblijvend uw vraag! Een telefoontje kost niets.

Dit was slechts een deel van wat wij u kunnen vertellen. Meer weten?
Wij antwoorden graag, neem vrijblijvend contact op!

Blog reactie

"*" geeft vereiste velden aan

Volledige naam*

Chat openen
1
Vragen? Stel ze nu, wij beantwoorden ze graag!