‘Gelijke rechten voor uitzendkrachten en oproepkrachten moeten verdwijnen’, hoe zit dit?

De Sociaal Economische Raad (SER) doet in het ontwerpadvies een voorstel voor het nieuwe kabinet. In het advies doet de SER een aantal aanbevelingen ten aanzien van flexibel werk. Zo stelt de raad voor dat maximaal drie tijdelijke contracten mogen worden aangegaan gedurende maximaal 3 jaar. De tussenpoos, die er nu voor zorgt dat een keten van tijdelijke contracten na 6 maanden opnieuw kan beginnen, komt echter te vervallen. Een uitzondering hierop moet worden geregeld voor scholieren en studenten en seizoensarbeid. Wat adviseert de SER nog meer?

Uitzendkrachten

Daarnaast wil de SER de regels voor uitzendcontracten aanscherpen. De uitzendmarkt moet voorbehouden worden aan betrouwbare uitzendorganisaties en dat wordt dan gecertificeerd. De duur van fase A moet bovendien worden verkort tot 52 gewerkte weken.

De wettelijke onderbrekingstermijn moet worden geschrapt, behalve voor scholieren en studenten. Fase B wordt bovendien gehalveerd: aansluitend op fase A gaat een fase B gelden van maximaal zes tijdelijke contracten gedurende 2 jaar. Ook hier vervalt de onderbrekingstermijn, behalve een onderbrekingstermijn van 6 maanden voor studenten en scholieren en 3 maanden voor seizoensarbeid.

Uitzendkrachten moeten bovendien recht krijgen op tenminste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als die welke gelden bij de inlener. Het pensioen voor uitzendkrachten moet worden geregeld in een speciaal pensioenarrangement, adviseert de SER.

Basiscontract met kwartaalurennorm in plaats van oproep

Als het aan de raad ligt worden oproepcontracten, zoals nulurencontracten, afgeschaft en vervangen door basiscontracten met ten minste een kwartaalurennorm, zodat een werknemer meer duidelijkheid en zekerheid heeft over een vast inkomen. Scholieren en studenten kunnen wel worden gecontracteerd op basis van een contract dat vergelijkbaar is met het huidige oproepcontract.

Code verantwoord arbeidsmarktgedrag

Ten aanzien van contracting stelt de raad voor om oneigenlijk gebruik te adresseren. Dit moet voorkomen dat 1) contracting wordt gebruikt om regels rondom uitzending te ontlopen, terwijl er wel degelijk sprake is van leiding en toezicht door de inlener en 2) de arbeid via contracting bewust zo wordt vormgegeven dat er niet langer een cao van toepassing is.

Maatschappelijke verlofregeling

De raad wil de huidige verlofregelingen (geboorteverlof, vaderschapsverlof, calamiteitenverlof, zorgverlof, etc.) verder stroomlijnen in een nieuwe regeling Maatschappelijk Verlof. Ook moet het wettelijk minimumloon verhoogd worden, waarbij de koppeling met uitkeringen in stand blijft.

Geen transitievergoeding bij van werk naar werk

De SER doet ook voorstellen om het contract voor onbepaalde tijd aantrekkelijker te maken voor werkgevers. Het moet bijvoorbeeld voor werkgevers mogelijk worden om eenzijdig de arbeidsduur (tijdelijk) voor alle werknemers met maximaal 20% te verlagen bij bedrijfseconomische omstandigheden die anders tot ontslagen zouden leiden. Voor 75% van de loonkosten over de verlaagde arbeidsduur wordt de werkgever verzekerd door een compensatieregeling van de overheid.

Werkgever en werknemer kunnen in het SER-advies bij dreigend ontslag met wederzijds goedvinden kiezen voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst met inbegrip van een van-werk-naar-werk-route. De transitievergoeding kan dan achterwege blijven. Lukt dat niet, dan krijgt de werkgever een flexopslag op de WW-premie. Indien een werknemer tijdens een traject van om- of bijscholing in het kader van de van-werk-naar-werk-route door contractbeëindiging tijdelijk een beroep moeten doen op de WW, geldt tijdelijk voor een aantal maanden een hogere WW-uitkering.

Payrolling?

In het advies staat geen expliciete erkenning van payrollkrachten. Hoewel Payrolling niet wordt genoemd, blijft hetgeen in de WAB is verankerd onaangepast, vandaar dat hier niet bij stil wordt gestaan. Payrollbedrijven passen hiermee al de volledige gelijke behandeling toe. Nu is vooral de uitzendonderneming aan zet.

Ongelijkheid en ongenoegen nemen toe

Een nieuw kabinet moet volgens de SER fors investeren in brede welvaart, dat wil zeggen in zekerheid van werk en inkomen, in toekomstig verdienvermogen, in sterke publieke dienstverlening en een duurzaam leefklimaat. De SER benadrukt daarom het belang van een ambitieus programma om de wendbaarheid en veerkracht van de economie te versterken en mensen meer zekerheid te bieden.

Het ontwerpadvies wordt nog voorgelegd aan de verschillende achterbannen, voor het wordt vastgesteld in de Raadsvergadering van de SER. Tijdens een bijeenkomst bij de SER bleek dat werkgeversvereniging AWVN, vakcentrale CNV, detacheerders en uitzendbureaus zich in elk geval kunnen vinden. Het is nog afwachten welke voorgestelde wijzigingen een nieuw kabinet zal overnemen.

Vragen of opmerkingen?

Dit was slechts een deel van wat wij u kunnen vertellen. Meer weten?
Wij antwoorden graag, neem vrijblijvend contact op!

Blog reactie

Chat openen
1
Vragen? Stel ze nu, wij beantwoorden ze graag!