concurrentie- en relatiebeding voor de uitzendbranche

Blue Legal houdt u graag op de hoogte en om die reden wil ik u de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 9 januari 2018 niet onthouden. Deze uitspraak kan voor uw (uitzend-/detacherings-) praktijk zeker van belang zijn.

In deze uitspraak ging het om het belemmeringsverbod zoals vastgelegd in artikel 9a lid 1 Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (Waadi). Artikel 9a Waadi verbiedt belemmering door de uitlener bij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst tussen de uitgeleende en de inlener, na afloop van de terbeschikkingstelling. Daarbij moet er wel sprake zijn van het onder leiding en toezicht van de inlener verrichten van werkzaamheden door de werknemer. Artikel 9a Waadi is gebaseerd op artikel 6 lid 2 van de Europese Uitzendrichtlijn (Richtlijn 2008/104 EG). De Hoge Raad heeft in april 2017 overwogen dat uit de tekst van artikel 6 lid 2 Uitzendrichtlijn volgt dat het belemmeringsverbod niet alleen betrekking heeft op het sluiten van een arbeidsovereenkomst, maar ook op het tot stand komen van een arbeidsverhouding. Daarbij wordt het begrip ‘arbeidsverhouding’ ruim uitgelegd. Dat betekent dat onder het belemmeringsverbod niet alleen het sluiten van een arbeidsovereenkomst tussen de uitgeleende werknemer en de inlener valt, maar ook het op ZZP- basis verrichten van werkzaamheden.

Het belemmeringsverbod ziet verder niet op bedingen die de uitgeleende werknemer belemmeren bij een ander dan de inlener in dienst te treden, zoals een concurrerend detacherings- of uitzendbureau. Verder mag je als werkgever afspreken dat een uitgeleende werknemer niet bij relaties in dienst mag treden, wanner de inlenende partij daarvan expliciet uitgezonderd wordt.

In de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag ging het om de vraag of de uitzendwerkgever nog een beroep kon doen op het relatiebeding dat met de werknemers was overeengekomen, waarin niet was vastgelegd dat de werknemers wel in dienst mochten treden bij de inlener. Is daarmee het gehele beding nietig, of blijft het overeind voor het gedeelte dat het beding wel rechtsgeldig is? Het Gerechtshof oordeelt dat artikel 9a Waadi tot doel heeft dat uitzendkrachten niet worden belemmerd na beëindiging van de uitzendovereenkomst een arbeidsverhouding aan te gaan met de inlener. Dit doel wordt gefrustreerd als het werkgevers zou zijn toegestaan een te ruim geformuleerd relatiebeding in de uitzendovereenkomst op te nemen, zodat voor werknemers niet op voorhand duidelijk is dat bepaalde, door het relatiebeding verboden gedragingen wel zijn toegelaten. Het Gerechtshof komt dan ook tot de conclusie dat in die situatie het gehele relatiebeding nietig is, dus ook voor situaties die niet onder het verbod van artikel 9a Waadi vallen.

Deze (verstrekkende) uitspraak onderstreept dan ook eens te meer het belang om het concurrentie- en/of relatiebeding goed en zuiver te formuleren. Mocht u over dit artikel vragen hebben, schroom dan niet contact op te nemen.

Blue Legal is u graag van dienst!

mr. Fons Smid

Vragen of opmerkingen?

Dit was slechts een deel van wat wij u kunnen vertellen. Meer weten?
Wij antwoorden graag, neem vrijblijvend contact op!

Blog reactie

Chat openen
1
Vragen? Stel ze nu, wij beantwoorden ze graag!