Toestemming echtgenoot voor borgstelling

Hebt u nog een aanzienlijk bedrag te vorderen van uw debiteur (een BV)? En is uw debiteur bereid om aanvullende zekerheid te bieden? Een overeenkomst van borgtocht kan een goede oplossing zijn. Voor een geldige borgtocht gelden wel bepaalde voorwaarden. Zo moet in de borgtocht een maximumbedrag genoemd worden. Ook is vaak toestemming van de echtgenoot van de borg nodig. In deze blog staat dit laatste onderwerp centraal.

Bij een borgtocht vestigt een derde (de borg) zekerheid voor de nakoming van de betalingsverplichtingen van uw debiteur. Vaak is de borg de directeur van de BV. De borgtocht dient dan als extra zekerheid om uw vordering betaald te krijgen. Niet alleen via de BV, maar ook via de directeur als de BV niet kan betalen.

Een borgtocht brengt risico’s met zich mee, ook voor het gezin van de directeur. De hoofdregel (artikel 1:88 BW) is dan ook dat de directeur toestemming nodig heeft van zijn echtgenoot (huwelijk of geregistreerd partner). Ontbreekt de toestemming, dan kan de echtgenoot de borgtocht vernietigen. Het gevolg hiervan is dat de borgtocht wordt geacht nooit te hebben bestaan. U kunt de directeur dan dus niet tot betaling aanspreken.

Soms is de toestemming van de echtgenoot niet nodig. Artikel 1:88 lid 5 BW bepaalt dat het toestemmingsvereiste niet geldt voor borgstellingen die door een bestuurder-grootaandeelhouder van een BV zijn aangegaan ten behoeve van de normale uitoefening van zijn bedrijf.

Wat behoort tot de “normale uitoefening” van het bedrijf van de vennootschap? De Hoge Raad beantwoordt deze vraag in twee arresten. De toestemming van de andere echtgenoot is niet vereist, indien de rechtshandeling waarvoor de borgtocht wordt verstrekt zelf behoort tot de rechtshandelingen die in de normale uitoefening van het bedrijf plegen te worden verricht (HR 14 april 2000, NJ 2000/689 (Soetelieve/Steinstra-Fieten)). Wat hiermee wordt bedoeld, heeft de Hoge Raad verduidelijkt in het arrest van 9 juli 2005 HR 9 juli 2005, NJ 2006/96. De handeling zelf ziet niet op de borgstelling, maar op de rechtshandeling waarvoor de borgtocht is verstrekt. Die laatste rechtshandeling dient dus ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf te strekken. Het is niet nodig dat het aangaan van de borgtocht tot de normale uitoefening van het bedrijf behoort.

Stel dat de BV een online platform exploiteert. U hebt dit online platform gemaakt en opgeleverd, maar het is nog steeds niet betaald. Daarom hebt u het platform offline gehaald. Nadat de borgstelling is gesloten, wordt het platform weer online gezet. In dit geval is de borgstelling gesloten, zodat u het platform weer online zou zetten. Deze handeling dient ten behoeve van de normale uitoefening van de BV. Aan de vereisten van de wet is voldaan, waardoor de borgstelling geldig is. Toestemming van de echtgenoot was niet vereist.

Laat u goed adviseren, voordat u een overeenkomst van borgtocht sluit. U kunt contact opnemen met Wendy van Rijckevorsel.

 

Vragen of opmerkingen?

Dit was slechts een deel van wat wij u kunnen vertellen. Meer weten?
Wij antwoorden graag, neem vrijblijvend contact op!

Blog reactie

Chat openen
1
Vragen? Stel ze nu, wij beantwoorden ze graag!