Geen wanprestatie

Geen wanprestatie, wel ontbinding?

Recent is er een uitspraak geweest waarin een partij wel de buitengerechtelijke ontbinding accepteerde, maar stelde geen wanprestatie te hebben gepleegd. De vraag is echter, mag en kan dit?

De broers A en B waren samen eigenaar van een vakantiehuis in Zeeland. Op een zeker moment is de broer A volledig eigenaar geworden en kreeg B het recht om het huis enkele weken per jaar voor een vooraf overeengekomen prijs te huren. Enkele jaren later besluit de ene broer het huis permanent te gaan bewonen. B kan hierdoor het huisje niet huren en is dan ook van mening dat A tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst.

Als een schuldenaar zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt en de schuldeiser hem in gebreke stelt kan de schuldeiser de overeenkomst buiten rechte ontbinden. Bij ontbinding moeten de prestaties, die in het kader van de overeenkomst al zijn verricht, worden teruggedraaid. Nog niet verrichte prestaties hoeven niet meer verricht te worden.

B heeft vervolgens aan A een buitengerechtelijke ontbindingsverklaring gestuurd. A stelt dat hij niet tekort is geschoten in de nakoming en meende dat de overeenkomst was geëindigd, omdat B dit in de ontbindingsverklaring had aangegeven.

De vraag waar de Hoge Raad een antwoord op moest geven was; kan men, als men meent dat er geen sprake is van een wanprestatie, er wel vanuit gaan dat de overeenkomst is geëindigd op grond van ontbinding?

De Hoge Raad meende dat indien A de gerechtvaardigdheid van de ontbinding bestrijdt, zij daarmee in beginsel ook het einde van de overeenkomst bestrijdt. Als er geen wanprestatie is kan de overeenkomst ook niet worden ontbonden. Dus wel de lusten, maar niet de lasten gaat in dit geval dan ook niet op.

Overigens is er een drietal gevallen waarin dit anders is

Het eerste geval is dat partijen zich naar aanleiding van een niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring zodanig tegenover elkaar gedragen dat daarin een nadere, tot beëindiging van de overeenkomst strekkende, beëindigingsovereenkomst ligt besloten.
Het tweede geval is dat het beroep op het voortbestaan van de overeenkomst kan afstuiten op gronden van redelijkheid en billijkheid.
Ten derde kan de wederpartij bestrijden dat de ontbindingsverklaring gerechtvaardigd was, maar zich erbij neerleggen dat degene die de ongerechtvaardigde ontbindingsverklaring heeft uitgebracht de overeenkomst niet meer zal uitvoeren.

Vragen of opmerkingen?

Dit was slechts een deel van wat wij u kunnen vertellen. Meer weten?
Wij antwoorden graag, neem vrijblijvend contact op!

Blog reactie

Chat openen
1
Vragen? Stel ze nu, wij beantwoorden ze graag!