Een moment a.u.b.

Décharge van het bestuur: kat in ’t bakkie?

Home » Blog » Décharge van het bestuur: kat in ’t bakkie?
afbeelding van Hilde Amsing

Dat was even schrikken voor de Raad van Bestuur van ING in de afgelopen week. Op de jaarvergadering kregen de raad van bestuur en de raad van commissarissen géén goedkeuring verleend voor het gevoerde beleid in 2018. Vooral de witwasaffaire die vorig jaar tot een boete van €775 miljoen leidde, wordt het bestuur en de RvC door de aandeelhouders zwaar aangerekend.

Het lijkt vaak een hamerstuk op de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering (de AvA), de décharge van het bestuur. Maar wat houdt décharge eigenlijk in?

Decharge is het verlenen van kwijting aan een bestuurder voor het gevoerde beleid. Door decharge te verlenen doet de vennootschap afstand van het vorderingsrecht op een bestuurder. Afstand doen van een vorderingsrecht geschiedt door middel van een vormvrije overeenkomst ingevolge artikel 6:160 van het Burgerlijk Wetboek. Decharge is echter niet specifiek geregeld in de wet.

Er zijn in principe twee vormen van decharge, namelijk de jaarlijkse decharge en een finale decharge.

In beginsel geschiedt jaarlijkse decharge bij gelegenheid van de vaststelling van de jaarcijfers. Op grond van artikel 2:210 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek brengt de vaststelling van de jaarrekening niet automatisch kwijting van de bestuurder met zich mee. Decharge dient daarom als afzonderlijk punt op de agenda van de jaarlijkse AvA te staan. De AvA zal de decharge moeten verlenen via een dechargebesluit. De enige uitzondering hierop geldt wanneer de aandeelhouders tevens bestuurder zijn en alle overige vergadergerechtigden in de gelegenheid zijn gesteld om kennis te nemen van de jaarrekeningen en met de wijze van vaststelling hebben ingestemd. In dat geval brengt de vaststelling van de jaarrekening meteen decharge van de bestuurders mee. Er is dan geen afzonderlijk dechargebesluit vereist.

Finale decharge speelt voornamelijk een rol bij het beëindigen van de functie van de bestuurder. De vennootschap doet hierbij afstand van elk recht op schadevergoeding wegens onbehoorlijke taakvervulling. Dikwijls wordt er bij de beëindiging van de bestuursfunctie onvoorwaardelijk en onbeperkte decharge verleend aan de voormalige bestuurder.

Decharge heeft als gevolg dat een bestuurder jegens de vennootschap niet langer aansprakelijk is voor zijn handelen (gedurende de periode waarop de décharge betrekking heeft). Dit geldt ook wanneer de bestuurder daarmee de onderneming bewust en opzettelijk schade heeft berokkend. Maar let op: decharge heeft slechts werking ten opzichte van de onderneming en dus niet ten opzichte van derden die schade hebben geleden.

De décharge is overigens niet onbegrensd. De jaarlijkse decharge ziet namelijk slechts op het gevoerde beleid van de bestuurder zoals blijkt uit de jaarcijfers of toelichting dan wel voor feiten die aan de Algemene Vergadering expliciet zijn medegedeeld ten tijde van de verleende decharge. De Hoge Raad heeft daar nog aan toegevoegd dat “decharge zich ook niet uitstrekt tot hetgeen de aandeelhouders redelijkerwijs konden weten dan wel tot hetgeen waarop zij, mede gelet op de hun verstrekte informatie, bedacht konden zijn”.

Laat een bericht achter

Baronielaan 139
4818 PD Breda (NL)

BTW-nummer: NL818590014B01
KvK: 20148092

office@blue-legal.nl
  +31 (0) 76 521 35 36
  +31 (0) 76 564 91 89
Volg ons op: